Boekbespreking: The education of a value investor

The education of a value investor - Guy Spier

Joël Schols

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp

Iedereen heeft zo van die boeken die blijven plakken. 

Voor mij is zo’n plakker dat ene boek dat Guy Spier schreef in 2014. Guy verwierf bekendheid in de beleggerswereld als de man die samen met Monisch Pabrai, één van mijn andere helden, voor het ‘charity dinner’ met Warren Buffett 650.100 dollar neertelde in 2008. 

‘A life changing experience’ zoals hij het zelf noemde. Een jaar later is hij verhuisd van Manhattan naar Zurich en omarmt hij het ‘zero management fee’ principe. Hij leeft een ander leven want hij is gestopt met het dagelijks bekijken van beurskoersen op zijn Bloomberg scherm.

Ik heb voor dit boek gekozen als eerste boekbespreking omdat het zelf vorm gaf aan mijn carrièrewending. Het heeft mij sterk beïnvloed, sterker nog, het legde de basis voor het project dat ik startte met Sam. Daar ben ik Guy erg dankbaar voor.

Deze samenvatting is vrij lang. Ik heb bewust gekozen om shortcuts te vermijden en de gedachtegang zo goed mogelijk weer te geven omdat de concepten o zo waardevol zijn voor iedereen die waardebeleggen wil begrijpen en het eventueel wil gaan toepassen. Het boek zit immers vol van kleine pareltjes van ideeën die je veel kunnen bijbrengen.  Wie deze op podcast beluistert zal wellicht een uur dienen te voorzien, maar ik denk dat het meer dan de moeite is.

In “The education of a value investor” beschrijft Guy Spier zijn eigen levenswandel, het is een autobiografie. Gedurende 2 decennia evolueert hij van een ambitieuze Oxford en Harvard primus student naar een doorwinterd waardebelegger, of wat hij noemt een ‘enlighted path’. In het Vlaams zouden we zeggen ‘Hij heeft het licht gezien’.  Guy deelt zijn ervaringen in dit boek omdat hij de wijsheid van Warren Buffett ter harte neemt. Fouten hoef je niet allemaal zelf te maken om te leren, leren van de fouten van anderen is nog beter want het kost je minder.

Het boek is gekarakteriseerd door de openheid waarmee het geschreven is. Guy Spier toont al zijn zwaktes en legt heel openhartig zijn parcours bloot van overambitieuze afgestudeerde die het absoluut wil maken tot gezapige waardebelegger ver van het Wall Street gewoel.

Zelf hebben Sam en  ik intussen de kans gehad om deel te nemen aan zijn ValueX congres voor gelijkgestemden. Tachtig waardebeleggers uit alle hoeken van de wereld  brengt hij samen in Klösters, een gezellig Zwitsers skidorp vlak bij Davos. Guy Spier deelt genereus zijn kennis. Een remarquabel man.

Eerste job

Om te begrijpen van waar Spier evolueerde dien je zijn eerste werkervaring te kennen.

Zijn carrière startte in hartje Wall Street bij een dubieus beurshuis. Zijn job was om bedrijven te selecteren die een beursintroductie willen versieren. De grote kleppers gingen naar Goldman Sachs of Morgan Stanley voor hun IPO (beursintroductie), de kleine beurshuizen vochten voor de kleine vissen. Alles was goed om ze naar de beurs te brengen, ook de bedrijven waarvan iedereen wist dat ze het niet zouden maken. Er werd een mooie case gebouwd waarbij het beursgaand bedrijf en het beurshuis stilzwijgend samenzweerden, een win-win situatie. Zijn collega’s verkochten dan de aandelen als geweldige investeringsopportuniteiten aan de nietsvermoedende klant, uiteraard aan stevige commissies. Of de klant er op het einde ook beter van werd, deed er niet echt toe.

Alles draaide bij deze aanpak, om gulzige bankiers die een varken in een maatpak staken om het duurder te kunnen verkopen, om gulzige aandeelhouders die wilden cashen met een IPO, om gulzige klanten die graag een idioot verhaal hoorden en hoopten dat het aandeel verdubbelde op enkele maanden om het dan door te verkopen aan een nog gulzigere en dommere koper.

Geen fraai beeld van Wall Street, maar we zaten midden jaren negentig.  Op weg naar de internet bubbel verkocht alles wat eindigde op dot com als zoete broodjes. Het zou zich herhalen een kleine 10 jaar later met frauderende bankiers en hun verpakte kredietproducten wanneer de huizenmarkt instortte. Gulzigheid is van alle tijden. 

Les nummer één die Guy beschrijft. Hij besefte dat hij op een morele klif stond en diende te beslissen of hij uit de Wall Street carrousel stapte of niet. Hij beschreef die periode als een ‘vormende periode van toxische shock’. Guy werd geïnspireerd door Benjamin Grahams werk en de schitterende biografie van Buffett, ‘The making of an American Capitalist’, een boek van Roger Lowenstein. Hij besloot om de morele ethos van Buffett te volgen en ‘De wolven van Wall Street’ achter hem te laten.

De problemen van een elitaire opleiding

Spier stelt de interessante vraag hoe verblindend zijn flashy opleiding wel was. Alle respect tonend voor Oxford geeft hij toch aan dat zijn opleiding hem oogkleppen heeft opgezet, dat hij vele economische theorieën als onomstotelijke waarheid slikte zoals daar is de EMH, de efficiënte markt hypothese. Oxford heeft hem een kuddegeest bijgebracht, je willen gedragen zoals ‘het hoort’ is precies dat gedrag dat de waardebelegger niet mag hebben. De waardebelegger moet zijn intern kompas volgen, moet inzien wanneer de kudde verkeerd loopt. Laat me ook de meest plastische uitspraak van Pierre Huylenbroeck hier nog even benoemen die in zijn schitterende boek ‘iedereen belegger’ het zo beschrijft: ‘Wanneer je de kudde volgt dan loop je in de stront’.

De universitaire opleiding heeft Guy weerhouden om Buffett ernstig te nemen tijdens zijn eerste ontmoeting in een masterclass in Harvard. Buffett moest toch gewoon geluk gehad hebben, ondergewaardeerde aandelen bestaan niet in de efficiënte markt! Wanneer je de feiten negeert en de theorie verdedigt ben je je ogen aan het sluiten voor de werkelijkheid. Guy Spier was in die periode geen waardebelegger. Enkel wanneer de student er klaar voor is verschijnt de meester. Dat zal 4 jaar later zijn bij het lezen van Lowenstein’s biografie. Het valt enorm op hoe Guy Spier zijn eigen domme arrogantie beschrijft, zich een intellectuele snob noemt en beschrijft hoe hij opgesloten zat in zijn overtuiging de wereld te kunnen veroveren met zijn Oxford en Harvard diploma’s.

Eerste stappen als waardebelegger 

Zijn oogkleppen beginnen af te vallen wanneer hij geen job vindt na zijn Wall Street-periode en zichzelf moet ‘ontleren’.

Een seminar van ene Tony Robbins opent zijn ogen met de uitspraak “as much as I want to get richer, even more than that, I want to help others”. Het moet de Californische inspiratiebron van Carl Vandevelde zijn want ze hebben daar ook 7 meter over gloeiende kolen gelopen. In alle geval zag Guy het licht en liet hij zijn intellectuele arrogantie achterwege. Het was de start op weg naar ‘een beter mens’.

 Iets gelijkaardigs heb ik mogen ervaren bij het ontmoeten van Stephen Covey en het lezen van diens ‘7 habits of successfull people’. Verlichte ideeën die je blik op de wereld verruimen, veel ruimer dan dat wat de academische wereld je leert.

Hij komt in aanraking met de eerste werken van waardebeleggers en ontmoet mensen die veel respectvoller denken en handelen dan de Wall Street wolven. Hij ontdekt het Sequoia fund dat echt aan waardebeleggen doet. Om naar de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering te kunnen gaan van dit gesloten fonds koopt hij op eBay voor 500 dollar één aandeel ter waarde van 128 dollar. Dit relikwie houdt hij voor de rest van zijn leven.

Kies je helden

Het wordt één van zijn belangrijkste slogans. Zijn held wordt Buffett. Voor al zijn investeringsbeslissingen zal Guy Spier zicht steeds de vraag stellen ‘wat zou Buffett nu doen?’

Hij begint als een obsessie Buffett te bestuderen door de jaarverslagen van Berkshire Hathaway te lezen, de jaarverslagen van de bedrijven in Buffett’s portfolio te bestuderen en hij begint te kijken door de ogen van Buffett. Het voelt aan alsof hij een 2de MBA aflegt.

Guy is zo overtuigd van principes waardebeleggen maar kan geen job vinden als analist waar hij die principes kan toepassen. Zijn vader die een mooie business had opgebouwd vertrouwt hem een miljoen dollar toe. Deze duw zet hem op weg om zijn eerste stappen te zetten als investeerder. Later volgt er nog familiegeld en zakenvrienden van papa stoppen ook geld toe. Aquamarine fund start met 15 miljoen op 15 september 1997.

De New Yorkse wervelwind

De omgeving waarin je je beweegt is sterker dan het intellect. Je omgeving bepaalt hoe je je gedraagt. Guy geeft voorbeelden waarbij hij toch de gangbare mening is gevolgd, eerder dan zijn weg te gaan. ‘Going with the crowd is easier than against it’.

Maar toch is het leven mooi. Guy Spier past nu al 5 jaar de principes van waardebeleggen toe zoals hij ze leerde uit de jaarverslagen van Berkshire Hathaway: Vind goedkope bedrijven die een groeiend competitief voordeel hebben én die niet verlegen zijn om cash. Hij realiseert betere rendementen dan de markt. Zijn fonds groeit als kool en hij bereikt na 5 jaar de 50 miljoen dollar.

Wall Street ontdekt hem zowaar. Hij krijgt aanbiedingen als analist, fondsbeheerders willen hem inhuren als adviseur, hij mag andere fondsen verdelen onder zijn naam,… Men fluistert hem in dat hij meer kan verdienen door 5 miljard te beheren dan door 50 miljoen in portefeuille te hebben. Hij beschrijft mooi zijn zwakte: het vervallen in jaloezie en afgunst.  

Hij citeert Charlie Munger, de partner van Buffett: ‘Afgunst is nefast, 100% destructief. Verban het zo snel als mogelijk uit je leven. Afgunst is de enige van de 7 zonden die echt dodelijk is.’

Guy beschrijft dat één van zijn belangrijkste lessen als waardebelegger is om je zwaktes te herkennen en om strategieën te bedenken om je blinde vlekken op te vangen. Zo beschrijft hij zijn wekelijkse bijeenkomst met collega’s waardebeleggers waarbij iedereen een aandeel bespreekt dat anderen kritisch becommentariëren. Op deze manier weet hij grote ongelukken te vermijden. Zorg dat anderen je blinde vlekken kunnen opvangen en denk niet dat je alles alleen kan zien.

Zo dikwijls focussen we ons op onze analytische inspanningen in de verkeerde richting en missen we vitale zaken die voor anderen zo  evident zijn. Gewoon omdat ze in onze blinde vlek liggen. Een belangrijke les die hij meegeeft : sta altijd open voor de mogelijkheid dat je verkeerd bent!

Hij  geeft toe dat hij als waardebelegger drie keer gezondigd heeft: drie keer is hij short gegaan (dat betekent inzetten op een koersdaling), maar alhoewel winstgevend houdt hij er geen goed gevoel aan over.  Zijn leidmotief is ‘Focus op het positieve’.

Ontmoeting met de meester

Hij beschrijft de immense kennis van Charlie Munger en hij raadt iedereen aan om te luisteren naar ‘Munger’s talk at Harvard on the 24 standard causes of human misjudgement’. Dus 24 redenen waarom ons brein ons in de steek laat bij het nemen van beslissingen. Gedurende 18 maanden was dit de enige ‘CD’ die hij beluisterde in de wagen. Tot hij ze allemaal uit het hoofd kende. Voor wie er aan wil beginnen waarschuw ik dat het stevige kost is.  Sam heeft deze een aantal jaar geleden al in het Nederlands beschreven. Enkele komen voor in zijn boek van vorig jaar, maar eigenlijk dienen we  er eens werk van maken om ze allemaal te publiceren. Je psychologische valkuilen begrijpen is de beste start die je kan nemen.

In één adem noemt hij Robert Cialdini, iemand die me tot dan niet bekend was. Spier heeft al zijn boeken gelezen en meermaals herlezen. Als belangrijkste noemt hij: “Influence, The Psychology of Persuation”. In het Nederlands vertaald als: “Invloed. De zes geheimen van het overtuigen”.

Als introductie op zijn ontmoeting met Mohnish Pabrai vertelt Guy Spier hoe hij de gewoonte aannam om dagelijks drie brieven te schrijven, een tip uit Cialdini’s werk: bedank mensen, doe ze plezier, flatteer ze. Zo bedankte Gie Spier als enige Mohnish nadat hij een investeerders vergadering van het ‘Pabrai Fund’ had meegemaakt in Chicago. Eén van zijn drie dagelijkse brieven zond hij naar Mohnish. Zes maanden later kreeg hij een antwoord met als vraag of hij het zag zitten om samen te lunchen. ‘I most certainly did’ schrijft hij.

Deze lunch zou zijn verdere carrière meer beïnvloeden dan de latere ‘charity dinner’ met Buffett. En dat door een eenvoudig bedankbriefje te sturen. Spier haalt dit aan als voorbeeld van waardebeleggen: een briefje kost niets maar is enorm waardevol. De return vele jaren later blijkt immens te zijn. 

Het ‘charity dinner’ met Warren Buffett wordt jaarlijks geveild op eBay. Tegenwoordig gaat dat om zo’n slordige 3 miljoen dollar of meer. Bij zijn 2de ontmoeting doet Mohnish het voorstel om samen te bieden op het diner van 2007. Die bieding missen ze, maar de 2de keer is het raak. Op 25 juni 2008 zullen ze samen dineren met de grootmeester. Spier als jonge fondsbeheerder zal één derde van de kostprijs voor zijn rekening nemen.

Lunch met Warren

Guy Spier gaat met lood in de schoenen naar de lunch met Mohnish Pabrai en Warren Buffett.

Hij is degene die op dat moment nog 1% management fee plus 20% op de winsten vraagt aan zijn klanten. Buffett werkte aan zero fee in de jaren ’60 en ’70 en Pabrai doet dat vandaag nog. Spier beheert veruit het kleinste fonds en voelt zich wat verveeld. Nog voor de lunch zet Spier een aandelenklasse op in zijn fonds aan Zero Management Fee. 

Het wordt een familiale lunch met vrouw en kinderen waar weinig beurswijsheden aan bod komen. Spier onthoudt vooral de mentale brainpower van Buffett die 5 levels hoger speelt. 

Gie Spier besluit om zijn ambitie juist te zetten: niet even goed willen worden als Buffett, maar gewoon de best mogelijke versie van zichzelf worden. 

De belangrijkste les uit het gesprek is dat je in je eigen omgeving dient te werken in harmonie met jezelf en vooral ver weg van Wall Street, zoals Buffett doet in het provinciale Omaha. Voor Spier het signaal om binnen de 6 maanden te verhuizen naar Zurich.

De financiële crisis

Jawel, we zijn in 2008.

Later zei Buffett over deze periode: ‘If you weren’t scared, you weren’t paying attention’.

Spier beschrijft deze periode startend met zijn eigen angsten. Zijn ‘custodian’, de bewaarbank van de gekochte aandelen, die gered wordt door JP Morgan. Zijn eigen vader die enkele dagen voor het faillissement van Lehman Brothers belt met de vraag wat hij met de obligaties van Lehman best doet…

Spier weet heel goed dat wanneer het bloed door de straten stroomt hij de ondergewaardeerde aandelen moet oppikken. Probleem is om zijn investeerders kalm te houden en niet te vluchten uit het fonds, zijn vader als eerste. Zonder liquiditeit kan hij niet kopen tegen de kudde in.

Spier beschrijft hoe hij een jonge knappe analist in dienst had in die periode. De jongeman komt in het najaar van 2008 in zijn bureel met de melding dat hij zijn privé-aandelen allemaal verkocht heeft. Hij kon de stress van de dalende makten niet meer aan. Daarmee toont de schrijver aan dat zelfs de professionelen het in zo’n periode zeer moeilijk hebben.

Spier was mentaal voorbereid dat zijn fonds ooit eens 50% zou kunnen dalen. In 2008 had hij 15 aandelen in eerder defensieve sectoren, zorgvuldig geselecteerd met een grote ‘margin of safety’. En toch ging alles naar beneden, duur en goedkoop, slecht en goed. Hij beschrijft dat zijn fonds ook halveerde van 120 naar 60 miljoen dollar en dat bovendien investeerders het fonds verlieten voor een extra 10 miljoen waardoor hij de crisis eindigde met 50 miljoen dollar. Hij slaagde er toch in om enkele koopjes te doen, bedrijven die na de crisis snel verdubbelden tot verviervoudigden.

Tijdens de crisis stelt hij vast dat zijn fonds niet ideaal gestructureerd is. Investeerders kunnen vertrekken op kwartaalbasis. Mohnish Pabrai heeft een structuur opgezet waarbij maar één uitstapmoment is, namelijk op het einde van het jaar. Dat geeft meer rust. 

Deze les hebben Sam en ik meegenomen uit dit boek. We zijn adviseur voor Fuchs Asset Management in Luxemburg, meer specifiek voor de Multi Strategies Chess Capital BEVEK. Die BEVEK is opgezet met één jaarlijks uitstapmoment. Dat geeft inderdaad rust. En uiteraard ook met een zero management fee principe, wat betekent dat er enkel beheerskosten aangerekend worden wanneer er een bepaald rendement behaald wordt. 

Wat deed Spier tijdens de immense berenmarkt van meer dan 50% daling? Hij verkocht op één na, geen aandelen. Hij dubbelcheckte en trippel checkte alle bedrijven in portefeuille. Hij concludeerde dat alle bedrijven kerngezond waren en dat er geen reden tot paniek was. De ‘margin of safety’ werd nog groter.

Zijn grote les uit de crisis was dat hij in Manhattan op de verkeerde plaats leefde, in het midden van het strijdgewoel, wat zijn stressniveau en helderheid van denken niet ten goede kwam. Hij benijdde Buffett die in Omaha ver van alle drukte zich kon concentreren op ‘koopjes doen’ en niet met de headlines van de dag bezig is. Spier besluit om te vertrekken naar Zurich, ver weg van alles.

De ideale omgeving

“Alle beleggers, ook de professionele, zijn onmogelijk immuun tegen verstorende externe factoren. We hebben het steeds over The madness of crowds, maar wat te denken van de madness van de intellectuele en financiële elite?” Een statement dat kan tellen. Iedereen wordt negatief beïnvloed wanneer de emoties hoog oplopen. Guy heeft dit aan de lijve ondervonden.

Hij beschrijft de irrationele hersenwerking. Studenten wordt geleerd om rationele beslissingen te nemen met de trage en in evolutietermen ‘jonge’ neocortex. Plots neemt het oudere gedeelte van het brein het onbewust over. Het irrationele 200.000 jaar oude deel neemt shortcuts zonder dat we het beseffen.  Daardoor handelen we irrationeel wanneer stress optreedt, angst en jaloezie. Kortom wanneer de emoties het overnemen.

Het probleem is niet enkel dat ons brein irrationeel is wanneer het spannend wordt, maar bovendien dat de investeringsbeslissingen ‘mind-blowingly complicated’ zijn. De economische modellen die aangeleerd worden om zaken te modelleren helpen ons niet bij investeringsbeslissingen. Welke mogelijkheden hebben we dan als we het investeringsspelletje succesvol willen spelen? Veel effectiever, stelt Spier,  is het om onze irrationaliteit proberen uit te schakelen door de 24 valkuilen die Charlie Munger ons aanreikt aan te leren. Maar let op, het kennen van onze mentale tekortkomingen is niet voldoende om de valkuilen echt te ontwijken. In volgende hoofdstukken geeft hij praktische handvaten.

In Zurich besluit Guy Spier de omgeving zo goed mogelijk op te bouwen rondom hem zodat zijn irrationeel brein zo weinig mogelijk prikkels krijgt. Hij stelt duidelijk dat het managen van zijn  irrationeel brein even belangrijk is als het managen van zijn beleggingsportefeuille!

Zo haalt hij enkele organisatorische zaken aan die goed aanvoelen bij hem:

  • Schakel prikkels zoveel mogelijk uit en geef rust en concentratie alle mogelijkheden
  • Zijn bureel huren buiten de hippe stadskern van Zurich, een  beetje in een saaie buurt.
  • 10 minuten woon-werk is ideaal
  • Zijn bureel inrichten met apart hoekje voor zijn e-mailverkeer
  • Zijn Bloomberg monitor installeert hij op een manier die niet aantrekkelijk is om er lang mee bezig te zijn.
  • Een aparte relax kamer waar hij zelfs een dutje kan doen
  • Foto’s van zijn helden aan de muur die hem steeds bij de les houden, “Wat zou Buffett doen in deze situatie?”
  • Kies je helden.  Lees niet alles van iedereen. Neem de juiste rolmodellen als voorbeeld.

Wees een speelvogel

Guy Spier startte als zeer ambitieuze jongeman en komt geleidelijk aan tot het besef dat hij het met wat meer afstand moet bekijken. Hij doet meer zaken rond het beleggen vooral om anderen te helpen en kennis te verspreiden. Zo organiseert hij mee TEDx en VALUEx in Zwitserland.

Hij leert bridgen, een hobby van veel grote investeerders, en geniet terug van schaken, een hobby van ondergetekende. Hij trekt parallellen tussen deze denkspelen met investeren. Zo bijvoorbeeld trage opbouwende strategieën die bij schaken beter werken dan kamikaze aanvallen. En bij bridge trekt hij de parallel met omgaan met onvolledige informatie. Informatie die zich ontvouwt wanneer je analyseert en wanneer de tijd vordert.

Zo komt hij ook tot de begrippen onzekerheid en risico. Wall Street houdt niet van onzekerheid. Daar liggen de kansen voor investeerders. Koop aandelen van bedrijven waarvan de uitkomst hoogst onzeker is (deze zijn laag gewaardeerd), maar waarvan elk van de uitkomsten weinig risico inhouden (de kans op verdere daling is gering).

Hij komt in mijn persoonlijk interessegebied door Edward Lasker te citeren, een voormalig schaakkampioen: “Als je een goeie zet gevonden hebt, zoek dan een betere”. Met andere woorden bekijk alle mogelijkheden en kijk verder. In investeerderstaal: “Wanneer je een goeie investering vindt, zoek dan een betere”. Zelf hebben we het ook al ervaren als je een bedrijf analyseert. Om het goed te begrijpen kijk je naar sectorgenoten en zo kom je uiteindelijk op een interessantere investering uit.

Van zijn investeringen maakt hij een spel. Hou het plezant, probeer niet de grootste en de slimste te zijn. Amuseer je vooral. ‘Live a happy life’.

Bouw een beter investeringsproces

Spier vernoemt een studie over mieren die enkele eenvoudige basisprincipes gebruiken om te overleven in een complexe omgeving. Kunnen investeerders ook met eenvoudige spelregels hun kansen verhogen? Kunnen we met eenvoudige handvaten ons wapenen tegen de zwakte van ons irrationeel brein?

Guy Spier heeft voor zichzelf regels en routines ontwikkeld met als doel:

  • meer orde en voorspelbaarheid in zijn gedrag
  • zijn beslissingsproces vereenvoudigen

Vereenvoudigen is zeer zinvol gezien de beperkte rekenkracht van ons brein.

Sommige procedures werken zeer breed voor iedereen, andere zijn toegespitst op zijn eigenheid en werken misschien niet voor iedereen. Het is een proces van voortschrijdend inzicht dat na elke investering evolueert tot een betere procedure. Vergelijk het met de procedures die piloten toepassen om de veiligheid van passagiers te garanderen. Na elke crash worden de processen verfijnd. Dat is een continu gegeven.

Zijn processen zijn gegroeid na een trip naar India met Mohnish Pabrai.  Op de terugvlucht dacht Guy ‘ik doe alles verkeerd’ en hij begon zijn processen te documenteren en nieuwe gewoonten aan te leren. Hij geeft acht van zijn belangrijkste gewoonten. 

Gewoonte 1: Bekijk de beurskoersen zo weinig als mogelijk

Als eerste benoemt hij de afzondering van prikkels door je leef- en werkomgeving slim in te richten. Hoe ‘deconnecteer je van de dagelijkse ruis van de markt? Dat helpt je al een hele stap op weg. Daarnaast dien je een gereedschapskist, een toolset, te ontwikkelen met regels en routines die je consequent kan toepassen.

Sommige beleggers bekijken de koersen minuut na minuut alsof het aandeel weet dat we er naar kijken. Voor sommigen geeft dit een vals gevoel van veiligheid alsof alles in orde is en blijft door er naar te kijken.

Spier dient minstens één keer per maand naar de koersen te kijken om zijn NAV (Net Asset Value) van zijn fonds te bevestigen. Opvallend is dat hij schrijft dat hij als privépersoon zijn aandelenkoersen niet meer dan één keer per kwartaal, ja zelfs per jaar zou bekijken.

Hij heeft zijn scherm zo ingesteld dat hij de prijs van de koers per individueel aandeel dient op te zoeken. Hij ziet niet de prijstabel van zijn volledige portefeuille.

Hij verwijst naar Nassim Taleb, die in zijn prachtige boek  “Fooled by Randomness” uitlegt dat dalende koersen dubbel zo veel pijn opleveren dan stijgende koersen plezier bieden. Waarom dan continu kijken? Bovendien is kijken naar koersen een ‘call to action’ voor het brein. Ze roepen: ‘doe iets, verkoop mij, of koop bij’. Ze zetten aan tot onnodige irrationele actie.

 Als waardebelegger kies je bedrijven die ‘onvermijdelijk’ de goeie richting uitgaan. Hou je bezig met op kwartaalbasis te controleren of ze de goeie richting blijven uitgaan. Is dat niet het geval, dan grijp je in. Je grijpt niet in wanneer de koers een capriool doet.

Gewoonte 2: Wanneer iemand je iets probeert te verkopen, koop het dan niet

Spier trekt dit breder naar eender welk product dat je te koop aangeboden wordt. Koop geen fancy investeringssoftware omdat men het je te koop aanbiedt, koop geen aandeel omdat het in de top 10 picklist van weet ik veel welke bank staat, …

Hij analyseert ook nooit een aandeel omdat iemand hem op een receptie spreekt over een fantastisch koopje. Ook al is dit met de beste bedoelingen en zonder commerciële redenen gedaan. Heel concreet betekent dat ook: Koop nooit of te nimmer IPO’s (beursintroducties). Hier weet je dat een heel leger banken en analisten het nieuwste aandeel zo duur mogelijk proberen te verkopen.

Gewoonte 3: Spreek niet met het management

Eigenlijk om dezelfde reden als vorige gewoonte sprak Spier nooit met het senior management op moment van schrijven van dit boek. Zijn argument was dat ze getraind zijn om hun bedrijf te verkopen. Eén van de belangrijkste competenties van de CEO is om het bedrijf zo mooi mogelijk voor te stellen en elk probleem af te doen als tijdelijk of vlot oplosbaar.

In latere interviews en tijdens het ValueX symposium in januari 2020 heeft hij dit wel geduid als een vergissing en gezegd dat een CEO bevragen na een grondige analyse wel zaken kan verduidelijken. Je research dient op zich sterk genoeg te zijn opdat je de CEO niet nodig hebt. Maar vandaag is Spier van mening dat het niet fout is om het hoger management wel te ontmoeten om je inzichten over het bedrijf te verfijnen.

Je dient het management te beoordelen en dat kan je ook op een indirecte en onpersoonlijke manier door de jaarverslagen te lezen, nieuwsartikelen, hun CV’s bekijken of door schriftelijke vragen stellen.

Gewoonte 4: Verzamel beleggersresearch in de juiste volgorde

Van Munger’s speech ‘causes of human misjudgement’ weten we dat het eerste idee over een aandeel het meeste blijft hangen. Daarom wil Spier geen gesproken uitleg over een aandeel. Hij wil er altijd eerst over lezen. Lezen sluit heel veel emotie uit. Wanneer iemand met hem wil overleggen over een goed investeringsidee vraagt hij dus steeds een geschreven nota om zijn eerste idee te vormen.  

De volgorde van de rest van de research is ook belangrijk. Start met de meest neutrale informatie zoals jaarverslagen Deze documenten zijn niet perfect, maar wel met de meeste zorg opgemaakt en nagezien door juristen. Zeker in US waar de angst voor vervolging groot is bij het aanbieden van foute info. Jaarverslagen bekijken is meer een kunst dan wetenschap. Tracht tussen de lijnen te lezen en zie of voel waar iets ontbreekt. De introductie van de CEO in het jaarslag, is dat een promobriefje of is het een gemeende poging om aan de aandeelhouder uit te leggen wat de bedoelingen zijn van het bedrijf.

Nadien komt de meer gekleurde, maar nog steeds geschreven, berichtgeving: Earnings announcements, persberichten, transcripten van conference calls, interviews, e.d.

Wanneer er boeken geschreven zijn over het bedrijf of zijn oprichter dan is dit meestal ook zeer waardevol. Wie wil investeren in Berkshire Hathaway dient eerst Lowensteins werk over Buffett te lezen.

Spier tracht zijn connectie met het internet te minimaliseren. Het vraagt veel energie om webpagina’s te lezen. Schreeuwerige banners, linken naar nog meer informatie en nutteloze info lijden je hopeloos af. Niet makkelijk geeft ook Spier toe. Probeer het toch maar te doen.

Daarom verkiest hij ook geschreven pers. Hij benoemt expliciet The financial Times, Forbes, The Economist, Wall Street Journal, Fortune, Barron’s en Bloomberg Businessweek

Toch probeert hij artikels over een bedrijf te mijden zolang hij de jaarverslagen niet gelezen heeft. Een goed geschreven artikel prikkelt zijn brein en zet aan tot actie. Jaarverslagen zijn vlees en groenten, minder sexy, maar meestal voedzamer. Naar onze contreien vertaald zou ik deze geschreven pers als volgt vertalen: De Tijd, De Belegger, Trends, De Beste Belegger en de elektronische magazines Smart Capital en MMM Magazine.

 Artikels geschreven door analisten leest hij zelden. Hij vormt eerst zijn mening. Nadien kan hij mogelijks wel eens kijken wat een collega er van vindt. De schrijver noemt dit steevast ‘de sell side’. Die proberen je iets te verkopen. Analisten die een aandeel op ‘verkopen’ zetten zijn zeldzaam. Wanneer je andere analisten leest, wees dan zeker dat ze niet betaald zijn door belanghebbenden.

Spier besluit deze ‘gewoonte’ met een sterk statement: ‘Mijn doel is om te dé-syncen met de markt, want in dezelfde pas lopen gaat me niet helpen om betere resultaten te boeken’.

Gewoonte 5: Bespreek je investeringsidee enkel met personen die geen belang hebben

Guy wil wel degelijk overleggen, maar niet met eender wie. Enkel met non-belanghebbenden die eerder aan de ‘buy-side’ staan en graag dan mensen die hun ego opzij kunnen schuiven. Mensen die hem veel leren zonder hem iets te willen leren.

Dit soort discussies dienen best aan drie voorwaarden te voldoen:

  1. Absolute confidentialiteit
  2. Best weet je niet of het om een koop of verkoopintentie gaat. 
  3. Er mag geen business relatie zijn tussen de personen

Eigenlijk gaat het over kennisdeling tussen gelijken zonder bijbedoelingen.

Gewoonte 6: Koop of verkoop nooit wanneer de markt open is

De beurs is gebaat bij veel handelen. Ik, als investeerder, ben gebaat bij weinig handelen. Dus proberen we ons zo veel mogelijk los te maken van de marktbewegingen. We leggen een order in de markt wanneer de markt slaapt. Geen onnodige afleiding. Punt.

Gewoonte 7: Wanneer een aandeel keldert nadat je gekocht hebt, verkoop dan niet gedurende 2 jaar

De voornaamste reden om deze gewoonte toe te passen is dat je verdomd zeker moet zijn alvorens je koopt. Je mag je geen fouten veroorloven bij je analyse. Indien je de evolutie van het bedrijf de komende 2 jaar niet kan voorzien blijf er dan af. Wanneer je een fout maakt zal je 2 jaar moeten leven met je vergissing.

Wanneer Spier een aandeel koopt beeldt hij zich in dat het keldert met 50% en hij vraagt zich af hoeveel aandelen hij kan kopen opdat hij hier emotioneel mee kan omgaan, mocht dit gebeuren.

Dit is een variante op ‘de 20-beurten kaart van Buffett’. Stel dat je maar 20 aandelen in je hele leven mag kopen, dan zou je ook meer dan twee nadenken bij elke aankoop.

Gewoonte 8: Spreek nooit over je investeringen

De reden hiervoor is eenvoudig: Door er over te praten verbind je je met het aandeel. Na een tijdje kan de situatie veranderen, maar je blijft gelinkt met dat bedrijf.

Spier geeft een voorbeeld van een aandeel dat hij kocht in 2003. Het verzevenvoudigde op 18 maanden, hij sprak er publiek over toen het bijna op zijn maximale koers kwam. Toen was het al te duur geworden en had hij beter verkocht, maar hij was geremd door zijn lovende uitspraken over het bedrijf. Hij was een beetje verliefd geworden op het aandeel. Wat zouden de mensen denken als hij zijn lief dumpte? Daarna halveerde het…

Een investeerders checklist

Het was de chirurg Atul Gawande die in zijn “The Checklist Manifesto” beschreef hoe dodelijke vergissingen konden verminderd worden in operatiekamers door het gebruiken van een eenvoudige checklist. Mohnish en Guy zien het belang meteen in om dit op beleggen toe te passen en te vertalen naar hun investeerderswereld.

Laat ons meteen een misverstand uit de wereld helpen: de checklist bevat geen vragen zoals “Is dit bedrijf goedkoop genoeg?”. Dit zou hetzelfde zijn als een piloot met op zijn checklist “Vliegt dit vliegtuig?”. De checklist dient om je blinde vlekken te elimineren, om je te verplichten de aspecten van het beleggen waar je zwakker op scoort grondig na te zien.

Daarom is elke checklist verschillend per individu en kan je een checklist niet zomaar overnemen. Eigenlijk is het een groeiend geheel. Op Spiers checklist staan 70 punten maar na een post-mortem analyse van een verkeerde investering kan deze lijst groeien. Hij voegt er zaken aan toe die hem in de toekomst zullen weerhouden om dezelfde vergissing opnieuw te begaan.

Guy Spier gebruikt zijn checklist op het einde van zijn analyseproces. De checklist is dus ook niet te verwarren met het proces zelf. Het analyseren van aandelen is geen strikt mechanisch proces, een investeerders-checklist is dat ook niet.  Het is ook niet omdat 3 van jouw 50 checks niet vervuld zijn dat je de koop dient af te blazen. Misschien beperk je gewoon het percentage van dat aandeel in je portefeuille.

Belangrijk is dat de checklist JOUW blinde vlekken afdekt. Jij bent dus de enige die hem kan maken.

Business doen op de Buffett & Pabrai manier

Dit is een eerder filosofisch hoofdstuk waarvan ik de boodschap zou samenvatten in de oneliner: “Leef een gelukkig leven door meer te willen geven dan te krijgen”.  Omring je met de juiste vrienden kennissen opdat je steeds in balans blijft. Deel je kennis zo veel mogelijk en je zal versteld staan hoeveel je terug krijgt. Geef zonder verborgen agenda. 

Guy Spier ontkent niet dat die omenteling voor hem moeilijk was, komende van de zelfingenomen Harvard student die hij was. Het genereus zijn is iets wat hij heeft moeten leren. Buffett en Pabrai zijn meesters in het geven, in het schenken van vertrouwen. Hij benoemt vele kleine voorvalletjes die zijn karakter gesterkt hebben en hem een beter mens gemaakt hebben.

Hij noemt dit ‘the compounded goodwill of being a giver, not a taker’. Ook het citaat van Buffett komt meermaals terug: ‘Hang out with people better than you, and you cannot help but improve’

Echte waarde is rijkdom die je teruggeeft aan de maatschappij, zoals de goede doelen van de rijken der aarde, zoals Buffett, Pabrai, Bill Gates,… 

Echte waarde zit in je ‘inner journey’, de ontdekking van het beste in jezelf. De kennis van je drijfveren: waarom neemt Mohnish Pabrai iets meer risico in investeringen dan Guy Spier. Mohnish zag een vaderfiguur die in zijn carrière meermaals op de financiële afgrond stond en meermaals grote hoogten bereikte. Ups en downs zijn inherent aan zijn leven. Guy zag als nazaat van een Joodse familie dat de hele rijkdom in een oorlog plots tot nul kan herleid worden. Hij voelt zich verantwoordelijk voor het moeizaam heropgebouwde familiekapitaal dat hij nu beheert. 

Hij besluit met te zeggen dat het ultieme genot er niet enkel in bestaat dat je een beter gebalanceerde investeerder wordt, maar vooral dat je de best mogelijke versie van jezelf wordt.

Mijn eindconclusie

Ik heb enorm genoten van dit boek. Het legde veel puzzelstukjes samen en ik heb er zeer praktische tips uitgehaald, meer bepaald over de opbouw van de beste processen voor de analyse van aandelen, de manier waarop je een checklist opbouwt en gebruikt, de manier van naar de wereld te kijken. En vooral: het heeft voor mij een hele carrièrewending tot stand gebracht. Het boek was één van de belangrijke bouwstenen van het fonds waar ik samen met Sam de bezieler van ben en waar we deze wijsheid zo goed mogelijk toepassen. 

Gie Spier behoort nu definitief tot mijn reeks helden. 

Ik sluit deze veel te lange boekbespreking af met een oproep aan u, lezer of luisteraar van de podcast om uw boeken te melden die een sterke impact gehad hebben op uw leven als belegger of breder. Het boeit me om andere ervaringen te horen.

Laat het ons gerust weten!

Share on linkedin
LinkedIn
Share on twitter
Twitter
Share on facebook
Facebook
Share on whatsapp
WhatsApp

Deze artikels voortaan rechtstreeks in uw mailbox?

Dat kan, laat hieronder uw naam en mailadres achter.

Quick SCAN INFO

Neem contact met ons op om de mogelijkheden te bespreken of een voorbeeld te bekomen.