De zeven ondraaglijke pijnen van waardebeleggen

Pijn van waardebeleggen

Joël Schols

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp

We hebben tot nu toe in onze schrijfsels enkel over de positieve kanten van waardebeleggen gesproken. We vinden het hoog tijd om de andere kant van de medaille te belichten.

Onlangs las ik een studie die aankaartte hoeveel procent van de beleggers vandaag met waardebeleggen bezig zijn. Ik kan me het precieze getal niet meer herinneren, maar ik weet zeker dat het uit één cijfer bestond. Dat wil zeggen dat meer dan 90% niet met waardebeleggen bezig is, maar wel met andere manieren van beleggen of speculeren bezig is. Dat is zonde, maar tegelijk ook de reden dat waardebeleggen wel degelijk werkt. Immers indien iedereen enkel ondergewaardeerde kwaliteitsaandelen zou kopen, dat zouden ze in geen tijd hun onderwaardering verliezen.

Ik vind het interessant om te achterhalen waarom zo weinig beleggers deze principes hanteren. Want wanneer je de beursstatistieken nakijkt dan is er voldoende bewijs voorhanden dat waardebeleggen het op de lange termijn beter doet dan andere strategieën.

Ik ben wat research gaan doen en zet voor u zeven redenen van de onpopulariteit op een rijtje. De rode draad is dat ze op één of andere manier pijnlijk zijn. Maar laat u vooral niet afschrikken, want de beloning is de moeite.

1. Maatschappij van ‘instant gratification’

Waardebeleggen is een werk van lange adem. En dat terwijl we leven in een maatschappij waarin onmiddellijke beloning als normaal beschouwd wordt. We voeren een actie uit en plukken de vruchten, meteen, nu onmiddellijk. Enkele voorbeelden:

  • We plaatsen een bestelling online: voor 22u besteld, morgen geleverd
  • We zoeken een informatie op het internet, google geeft ons het antwoord binnen de milliseconde
  • We kopen een aandeel, enkele seconden later zie je de koers al bewegen
  • We hebben geen brood meer, we halen het uit de automaat.

Alles en nog wat kan in no time aangeschaft worden en zorgt voor een goed gevoel. We vinden het ook normaal dat alles snel gebeurt en accepteren niet meer dat sommige dingen gewoon meer tijd nemen.

Beleg je op de beurs dan verwacht je resultaat, liefst binnen de paar weken, of binnen het kwartaal of maximaal twee. Doet het aandeel niet wat het verwacht is van te doen, namelijk stijgen, dan vliegt het ontgoocheld uit de portefeuille.

We nemen niet meer de tijd om de natuur zijn werk te laten doen. In de natuur nemen de dingen ook tijd.

  • Je kan een boom niet sneller doen groeien door er aan te trekken.
  • Je kan geen kind baren op 1 maand door 9 vrouwen zwanger te maken
  • Je kan met een zeilboot niet snel op je bestemming komen wanneer je doel pal in de wind ligt
  • En ‘slow food’ moet je traag opeten…

Waardebeleggen werkt over de lange periode, traag dus.

Wanneer je een kwalitatief bedrijf gevonden hebt dat ondergewaardeerd is, dan kan het maanden, zelfs jaren duren alvorens de markt dat ook heeft ingezien en de prijs gecorrigeerd wordt.

Het kan dus zijn dat je gelijk hebt, maar niet snel gelijk krijgt. En dat wachten kan pijnlijk zijn.

2. We krijgen geen onmiddellijke terugkoppeling

Dit punt leunt dicht aan bij het vorige maar heeft toch een andere invalshoek.

De mens wil van nature graag feedback. Ben ik goed bezig? Voldoen mijn prestaties aan de verwachtingen? Dien ik mijn proces bij te sturen?

In vele zaken in ons leven krijgen we ook snelle feedback:

  • Je baas op je werk zal je wel snel zeggen wanneer je het fout doet
  • Een leerling in de klas geeft een antwoord en de leraar bevestigt
  • Doe je mee aan een kwis dan krijg je na elke 10 vragen het antwoord op de voorbije ronde

De dingen zouden echt niet leuk zijn als je niet snel wist of je al of niet goed bezig bent. Beeld je even in dat je baas je fouten laat maken zonder terug te koppelen, dat de leerling niet weet of hij juist of fout was, dat je enkel de punten op het einde van de kwis krijgt en nooit de juiste antwoorden. Dat zou heel onprettig aanvoelen en ons in verwarring brengen.

Wel, bij waardebeleggen is die terugkoppeling er helemaal niet. En dat maakt het zwaar en verwarrend.

Je dient sterk in je schoenen te staan want er is niemand die je zegt “Goed gedaan maat. Je hebt vandaag het juiste aandeel gekocht” of “Neen, die aankoop deugt niet, snel verkopen maar”. Waardebeleggers zijn individualisten en ze hebben geen korte termijn terugkoppeling. Het kan zelfs zo zijn dat ze prima aandelen geselecteerd hebben, maar dat de markt hun keuze niet bevestigt door een prijsstijging achterwege te laten gedurende lange tijd.

Sterker nog, het kan zelfs zo zijn dat ‘foute aankopen’ beloond worden op de korte termijn met een koersstijging en ‘juiste aankopen’ afgestraft worden met een koersdaling. De prijsvorming op de markt is op de korte termijn een populariteitsmeter en heeft niets te maken met de juiste waardering. Dat maakt het helemaal verwarrend.

De waardebelegger kan hierdoor dus een misleidende pijn voelen.

3. De kudde verlaten voelt als onveilig en dom

Dieren blijven meestal in een kudde. Ze weten waarom: dat is veiliger en dus slimmer.

Wij, de mensen, doen dat ook. We volgen graag de mening en de gedragingen van de medemensen. Niet opvallen, je conformeren, is een risicoloos gedrag. Met je hoofd onder het maaiveld blijven. Liever een grijze muis dan een dooie muis. Men noemt dat ‘sociaal wenselijk gedrag’. Je gedraagt je zodat je bij een groep zou thuis horen.

Ook bij beleggen vertonen we dat gedrag: Iedereen koop Tesla aandelen… het zal dus wel goed zijn, we moeten zorgen dat we er ook hebben. Aan welke prijs, dat maakt niks uit…

Waardebeleggers, die doen precies het tegenovergestelde. Zij verlaten de kudde wanneer ze zien dat ze de verkeerde kant oploopt. Pierre Huylenbroeck drukt het in zijn mooie boek ‘Iedereen belegger’ (Lannoo 2018) zo uit: ‘Als je de kudde volgt dan loop je in de stront’.

Waardebeleggers doen hun huiswerk grondig en ageren contrair. In het Engels drukt me het mooi uit: Value investors are contrairians’. In het Vlaams zou ik zeggen ‘wij doen het averechts’. Wanneer iedereen denkt dat de commerciële immobiliën in winkelstraten geen toekomst meer hebben, en de prijzen dus in mekaar geklapt zijn, gaan waardebeleggers toch eens kijken of die prijzen niet onredelijk diep zijn gezakt. Wanneer ze dan roepen dat ze dit soort aandelen kopen, dan staan ze tamelijk alleen, dan zien ze er vreselijk dom uit, dan vindt de kudde dat ze zich vreemd gedragen.

Waardebeleggers kunnen alleen beter doen dan het gemiddelde door anders te doen dan de kudde én zeer belangrijk, door juist te zijn in hun analyse. Averechts doen heeft enkel nut als jij juist bent en de anderen fout. Die situatie ontstaat wanneer er een soort blindheid optreedt voor een alternatieve waarheid.

Het punt is natuurlijk dat weinig volk geïnteresseerd is in hun analyse. Men bekijkt de aandelen die zij onderzoeken zelfs niet meer. Ze zijn al lang gedumpt.

Dat maakt dat het beroep van waardebelegger een vrij eenzaam beroep is. Combineer dat met de vorige punten en je weet dat het lang kan duren alvorens je vrienden maakt met je adviezen.

4. Downside is belangrijker dan upside

Kijk eerst naar de mogelijke verliezen alvorens te dromen van mogelijke winsten.

De eerste beleggingsregel volgens onze vriend Buffett is om geen geld te verliezen. De tweede regel is om de eerste nooit te vergeten. Hiermee bedoelt hij dat je altijd eerst naar het downside risico dient te kijken alvorens zelfs maar een aankoop te overwegen. Alvorens zelfs maar te denken aan mogelijke winsten. Risico definiëren we als waardebelegger als permanent kapitaalsverlies.

Concreet kijk je naar de schuldgraad van bedrijven. Zitten bedrijven te diep in de schulden, dan komt het bedrijf op de ‘no pasaran’ stapel.

Vervolgens kijk je naar lange termijn vooruitzichten, niet naar de korte termijn hype. Heeft het bedrijf goede lange termijn vooruitzichten? Zijn die stabiel? Beter nog zijn ze gegarandeerd?

Dit zijn allemaal behoorlijk saaie zaken die vooral kijken naar risicobeperking. En dat is per definitie minder leuk dan de ‘reken je rijk verhalen’. Het is veel plezanter om te pronostikeren op de groeicijfers van een flashy e-commerce bedrijf dan om na te gaan of de balans stevig genoeg is om de volgende storm te overleven.

En die zaken vragen allemaal grondig huiswerk. Dat vraagt kennis en goesting om de jaarrekeningen te doorworstelen.

Tijd voor een kleine anekdote. Een paar jaar terug ging ik voor een kennismakingsavond naar een beleggingsclub. Ik wou eens kijken wat ik van zoveel jaren verzamelde beurswijsheid kon opsteken. Ik ben zeer leergierig en dat kon dus geen fout plan zijn. Het eerste uur werd er gepraat over wie welk tof bedrijf gezien had en waarom men dat wel zou overwegen om aan te kopen. Na een uur vroeg ik wanneer de vergadering zou beginnen. Ze bleek al een uur bezig te zijn… Nog een hele tijd later kwam voor het eerst iets op tafel over de winstcijfers van het bedrijf dat besproken werd, en of de balans wel goed was. Niemand kon antwoorden. Ik vroeg dan maar of degene die het aandeel aanbracht ook het jaarverslag gelezen had en wat zijn bevindingen waren. Ik werd met grote ogen aangekeken. Ik stelde een duivelse vraag. Het antwoord was kort en krachtig ‘dat is onbegonnen werk, jaarrekeningen lezen we hier niet, veel te moeilijk, ze maken u toch wijs wat ze willen’. Ik heb niet meer deelgenomen aan een tweede vergadering.

Dat gewoon om te zeggen dat waardebeleggen 1% inspiratie is en 99% transpiratie. Het is hard werken om de risico’s in te schatten, om de waardering te doen en te zorgen dat je niet te duur aankoopt. Het is met andere woorden een eenzame hondenjob.

5. De kracht van het uitsluiten

Een vijfde punt is ook weer zo’n tegennatuurlijke.

We zoeken als mensen zo graag bevestiging. We gaan bewust of onbewust op zoek naar data die onze mening staven. We sturen onze mening niet makkelijk bij wanneer we tegenstrijdige informatie vinden.

En dat terwijl waardebeleggen juist de omgekeerde attitude vergt. Namelijk het zoeken naar de tegengestelde mening. Zoeken naar je foute veronderstellingen. Je hebt de flexibiliteit nodig om je mening te herzien, om te corrigeren.

Volgende schets stelt het goed voor:

Feiten en mening

Feiten die niet jouw mening ondersteunen hoor je niet graag. Ze doen pijn aan de oren. En precies hier dienen we naar te zoeken als waardebelegger.

6. De pijn van het ‘missen’ van een aankoop

Waardebeleggers zijn gierige mensen. Ze zijn vrekkig. Ze willen vooral niet te veel betalen voor hun aandeel in een goed bedrijf. Ze wachten tot de markt het bedrijf verkeerd genoeg inschat. Ja, tot hij er compleet naast zit. Dan slaan ze toe, zoals een alligator zijn prooi te lijf gaat.

Om dat te kunnen doen moet die alligator wachten, wachten en nog eens wachten. Het schijnt dat die dieren vele dagen zonder eten kunnen. Gewoon wachten dus.

Wanneer je dan je prooi in het vizier hebt en je slaat toe dan kan het gebeuren dat je nipt je aankoop van je droombedrijf mist omdat een opkoper zich in de markt gooit en de prijs omhoog drijft. Net boven het bedrag waar jij je kooporder liggen hebt.

Dat is balen. Je hebt een degelijke analyse gedaan, je hebt een waardering gedaan en je hebt een gierige aankoopprijs gelegd van bijvoorbeeld 60% van je geschatte intrinsieke waarde. En dat is er toch wel ééntje die begint te kopen net voor het jouw beurt is…

Dat doet pijn.

7. Groeiaandelen doen het al jaren beter

En dan is er nog deze hele actuele: uitgelachen worden is niet leuk.

En dat is nu precies wat er gebeurt. Net zoals in de periode 1999-2000 toen Warren Buffett afgedaan werd als een oude man die niet mee was met de nieuwe economie omdat hij geen dotcom aandelen kocht . Zo ook stijgen de groeiaandelen vandaag als kool. Dikwijls zijn dat aandelen die nog geen dollar winst gemaakt hebben. Tesla al bekeken? Dan weet je wat ik bedoel. Men trekt zich niets aan van de fundamentals van een bedrijf en men jaagt de prijs de hoogte in. Voorbeelden genoeg momenteel. We weten wat er gebeurde na de ongelooflijke dotcom hausse van rond de eeuwwissel.

Maar dat maakt wel dat de consciëntieuze waardebelegger vandaag minder goede resultaten dan het gemiddelde van de beurs neerzet, en dat nu al de laatste paar jaren.

Dat inzicht hebben is belangrijk om je staande te houden als waardebelegger. Om bij je fundamenteel analyseproces te blijven en te volharden in de wetenschap dat alles weer naar het gemiddelde komt: Wat te duur is zal zakken en wat te goedkoop is zal stijgen.

En zolang dat niet gebeurt dat kan emotioneel pijnlijk aanvoelen.

Conclusie:

Dit zijn allemaal redenen waarom waardebeleggen zo moeilijk en pijnlijk is. Het druist in tegen heel wat zaken die we als natuurlijk aanvoelen, het is hard werken en het resultaat is niet steeds volgens het geleverde werk. Het kan zeer ontmoedigend zijn en er staan weinig supporters aan de zijlijn om je aan te moedigen.

Het waardebeleggen is dus bij uitstek geschikt voor de eenzame noeste wroeter die de jaarrekeningen verslindt en die volhard in zijn denk- en analyseprocessen. Die al zijn twijfels overwint door checklists af te punten (ben ik toch maar niets vergeten?) om dan tot de aankoop over te gaan. Steeds opnieuw.

Maar de voldoening is dan ook groot wanneer je een topaankoop binnen hebt. Eén van onze helden waardebeleggers, Mohnisch Pabrai, omschrijft ongeveer het zo: “ik doe heel veel werk voor niets, maar als ik één tot twee keer per jaar een topbelegging binnenhaal, dan zet ik fors in en geniet ik dubbel”.

Wie zich kan optrekken aan het genot van het ontdekken van de uitzonderlijke parel wordt beloond, meestal niet onmiddellijk, maar na een paar jaar. Wie dit fantastische spelletje kan volhouden is geschikt voor waardebeleggen. En zal op termijn mooie beursprestaties neerzetten.

Ik wens je veel geduld.

Share on linkedin
LinkedIn
Share on twitter
Twitter
Share on facebook
Facebook
Share on whatsapp
WhatsApp

Deze artikels voortaan rechtstreeks in uw mailbox?

Dat kan, laat hieronder uw naam en mailadres achter.

Quick SCAN INFO

Neem contact met ons op om de mogelijkheden te bespreken of een voorbeeld te bekomen.